met passie voor smaak en streekproducten

Vegetariërs houden niet van dieren

Vegetariërs houden niet van dieren

 

 

 

 

 

 


Vegetariërs houden niet van dieren,
dat is een mooie pakkende titel, en nog een beetje waar ook. Want stel je eens voor, iedereen zou vegetariër worden. Hoeveel beesten zouden er dan nog zijn?

Om het lekker simpel te houden bedenken we een eiland met 500 inwoners en 100 dieren voor het (dierlijke) voedsel.
Dat aantal van 100 dieren zal normaal gesproken blijven. Er wordt er weleens een dier geslacht, maar er wordt er ook nog wel eens eentje geboren. Zouden er meer dieren geboren worden dan geslacht dan staat binnen de kortste keren het eiland vol dieren, en andersom worden er meer geslacht dan geboren; dan sterven de dieren uit. Meer dan 100 worden het er niet, dan zakt de vleesprijs in, en loont het niet om dieren te houden.
Als er nu opeens 100 mensen van die 500 vegetariër worden, dan zouden er 20 dieren over zijn. Die hoeven niet geslacht te worden.

Intussen zitten de eigenaren van die 20 dieren met een verlies, vroeger kregen ze geld voor het vlees van hun dieren, dat geld gebruikten ze om voer en dierenarts van te betalen, en natuurlijk eten voor vrouw en kinderen. Nu betaald er niemand. Dan heb je niet zoveel keus als ondernemer en kostwinnaar. De dieren worden of afgemaakt en gaan de plomp in, of op zijn best gaan ze van ouderdom dood zonder dat er jongen geboren worden. Want fokken voor de leuk is wat anders dan een boterham verdienen aan dieren. Er zijn nu dus 20 dieren minder.
Als alle 500 eilanders vegetariër worden dan blijven er zo goed als geen dieren over. Misschien zijn er nog een paar liefhebbers met een grote tuin die nog een geitje laten rondlopen, maar daar houdt het wel mee op. Dus geen dieren meer.

En begin nu alsjeblieft niet over melk, want ieder jaar wordt de melkfabriek opgestart met een jong dier. En voor ieder jong dier dat blijft leven moet er een ander dood. En ook wol is een fabeltje, in goede jaren kan een schapenboer net de scheerder betalen van de wol opbrengst.

Ik houd van eten, en van dieren. Iedere keer als ik een lammetje zie lopen dan denk ik, misschien loopt dat er wel door mij. Dat kan een vegetariër niet. Hun uitspraak “ik wil niet dat er een dier voor me doodgaat” betekent eigenlijk, “er wordt geen dier voor mij geboren”. Conclusie: geen lammetjes voor de vegetariër.

Nu heb ik wel een verplichting, ik vind die lammetjes leuk als ze buiten spelen, door de wei ravotten. Dat houdt dan ook in dat ik geen fabrieksvlees wil eten, want dan lopen die lammetjes niet buiten. Goed vlees, van een beest dat goed geleefd heeft. Daar heb ik dan ook wat extra’s voor over.

En als je vlees eten zielig vindt, kijk dan eens naar wat er in de natuur gebeurd, in b.v. Afrika blijven de aantallen dieren ook gelijk. Daar gaan er net zoveel dood als er geboren worden. En omdat bijna ieder volwassen vrouwtjes dier ieder jaar minimaal één jong krijgt, gaan er dus ook heel veel beesten dood, meestal jonge. En die worden niet netjes met minimale stress door een vakkundig slager gedood, maar gewoon verscheurd door een leeuw of hyena. Of ze komen door honger en dorst om als ze een poot breken.
Het vrij in de natuur rond lopen blijkt in het echt ook niet zo leuk te zijn. Na een dag in de brandende zon wil je graag een slokje water. Dat is wel linke soep, want in dat water leven krokodillen, en de weg naar dat water is de favoriete jachtplek van veel andere roofdieren. Je moet altijd uitkijken, en als je eens een keer een dagje ziek bent, dan ben je de langzaamste van de kudde en dus als eerste de klos.

Nee, dan hebben mijn lammetjes het maar goed. Dat moet ook, want IK houd van dieren.

Op de hoogte blijven van nieuwe recepten en ander nieuws? Volg ons op Twitter of Facebook

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *